Meditatie en ‘Mindfulness’ zijn populair; ze zouden de gezondheid en de economie baten. Ook Jezus heeft het warm aanbevolen. Maar Hij zocht naar een hogere baat…"> Meditatie en ‘Mindfulness’ zijn populair; ze zouden de gezondheid en de economie baten. Ook Jezus heeft het warm aanbevolen. Maar Hij zocht naar een hogere baat…" /> Pancratiusparochie Sloten - Blog

Pancratiusparochie Sloten






Delen:
meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook
Volgen:
link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten volg Pancratiusparochie op Twitter volg Pancratiusparochie op Facebook

een Licht op zoek naar jou

gepubliceerd: zondag, 20 augustus 2017

 

Beste broeders en zusters, goedemorgen!
Er was een tijd dat de kerken naar het oosten waren gericht. Je ging het heilige gebouw binnen door een deur aan de westkant en je liep door het middenschip richting het oosten. Dat was een belangrijk symbool voor de mensen in de Oudheid, een allegorie die door de tijd heen geleidelijk in onbruik is geraakt.
Wij mensen van de moderne tijd, die het veel minder gewoon zijn om de grote tekenen van de kosmos te vatten, ons valt zo’n bijzonderheid bijna nooit op. Het westen is de windstreek van de zonsondergang, daar waar het licht sterft. Het oosten is echter de plek waar het duister wordt overwonnen door het eerste licht van de zonsopgang en waar we naar terug worden geroepen door Christus, de Opgaande Zon van de wereld (vlg. Lc. 1,78).
Oude ritus
Bij de oude ritus van het doopsel was het zo dat de doopleerlingen het eerste deel van hun geloofsbelijdenis aflegden met de blik gericht op het westen. En in die positie werden zij ondervraagd: “Wijst u de satan, zijn daden en zijn werken af?” – En de toekomstige christenen antwoordden in koor: “Ik wijs hem af!”. Vervolgens keerden zij zich naar de apsis, in de richting van het oosten, waar het licht wordt geboren, en de doopleerlingen werden opnieuw ondervraagd: “Geloven jullie in God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest?”. En deze keer antwoordden ze: “Ik geloof!”.
In moderne tijden zijn we de charme van deze ritus deels kwijtgeraakt: we hebben de gevoeligheid voor de taal van de kosmos verloren. Wat natuurlijk is gebleven is de geloofsbelijdenis, in de vorm van de ondervraging, die eigen is aan de viering van een aantal sacramenten. Die blijft hoe dan ook zijn betekenis behouden. Wat wil het zeggen een christen te zijn? Dat wil zeggen: naar het licht kijken, je geloofsbelijdenis blijven afleggen in het licht, ook wanneer de wereld in duisternis en donker is gehuld.
Duisternis
Christenen blijven niet gevrijwaard van de duisternis, innerlijke en uiterlijke duisternis. Ze staan echter niet buiten de wereld; door de genade van Christus, die ze ontvangen hebben bij het doopsel, zijn ze ‘georiënteerde’ mannen en vrouwen: ze geloven niet in de duisternis, maar in de glorie van de dag; ze bezwijken niet onder het gewicht van de nacht, maar ze hopen op de zonsopkomst; ze zijn niet verslagen door de dood, maar verlangen naar de verrijzenis; ze worden niet verslagen door het kwaad, omdat ze altijd vertrouwen op de oneindige mogelijkheden van het goede.
En dat is onze christelijke hoop. Het licht van Jezus, de verlossing die Jezus ons brengt met zijn licht dat ons redt uit de duisternis.
Dat is het licht!
Wij zijn degenen die geloven dat God de Vader is: dat is het licht! Wij zijn geen wezen, we hebben een Vader en onze Vader is God. Wij geloven dat Jezus midden onder ons gekomen is, heeft gewandeld in hetzelfde leven als wij, naast ons heeft gelopen, vooral naast de allerarmsten en allerzwaksten: dat is het licht!
Wij geloven dat de Heilige Geest onophoudelijk werkt voor het welzijn van de mensheid en de wereld, en dat zelfs het grootste lijden in geschiedenis overwonnen zal worden: dat is de hoop die ons elke ochtend wekt! We geloven dat elke blijk van genegenheid, elke vriendschap, elk goed verlangen, elke uiting van liefde, zelfs de allerkleinste en meest onderbelichte uitingen, op een dag hun vervulling in God vinden: dat is de kracht die ons ertoe brengt om ons alledaagse leven met enthousiasme te omarmen! En dat is onze hoop: leven in de hoop en leven in het licht, in het licht van God de Vader, in het licht van Jezus de Verlosser, in het licht van de Heilige Geest dat ons ertoe brengt om verder te gaan in het leven.
Paaskaars
Er is nog een ander heel mooi symbool tijdens de doopliturgie dat ons herinnert aan het belang van het licht. Aan het einde van de ritus wordt aan de ouders – als het om een kind gaat – of aan de gedoopte zelf – als het om een volwassene gaat – een kaars overhandigt die aangestoken wordt aan de paaskaars. Het gaat om de grote kaars die in de paasnacht de volledig in het duister gehulde kerk binnen wordt gedragen als teken van het mysterie van Jezus’ verrijzenis; aan die kaars steekt iedereen zijn eigen kaarsje aan en dan wordt de vlam doorgegeven aan de mensen naast je.
Het is een teken van de langzame verspreiding van Jezus’ verrijzenis in het leven van alle christenen. Het leven van de Kerk – ik ga een nogal sterk woord gebruiken – is besmetting met licht. Hoe meer licht van Jezus wij christenen bezitten, hoe meer van Jezus’ licht er in het leven van de Kerk aanwezig is en des te meer leeft die Kerk. Het leven van de Kerk is besmetting met licht.
Doopdatum
De mooiste aansporing die we elkaar kunnen geven is elkaar steeds te herinneren aan ons doopsel. Ik wil jullie vragen: hoeveel van jullie herinneren zich de datum van hun eigen doopsel? Antwoord maar niet, want sommigen zouden zich kunnen schamen! Denk na en als jullie je het niet meer herinneren, krijgen jullie vandaag huiswerk mee: ga naar je moeder, naar je vader, naar je tante, naar je oom, naar je oma, je opa en vraag hun: “Wat is de datum van mijn doop?”.
En vergeet het dan niet meer! Is dat duidelijk? Gaan jullie het vragen? De opdracht van vandaag is achter de datum van je doop komen en die onthouden; het is de datum van je wedergeboorte, de datum van het licht, de datum waarop we – ik ga het woord weer gebruiken – besmet worden met het licht van Christus.
Twee keer geboren
Wij zijn twee keer geboren: de eerste keer in het natuurlijke leven, de tweede keer, dankzij de ontmoeting met Christus, in de bron van het doopsel. Daar zijn we dood gegaan voor de dood om als kinderen van God in deze wereld te leven. Daar zijn we mensen geworden waarvan we nooit hadden gedacht die te kunnen zijn.
Precies daarom moeten wij allemaal het parfum van het chrisma verspreiden waarmee we zijn gezalfd op de dag van ons doopsel. In ons leeft en werkt de Geest van Jezus, de eerstgeborene van vele broeders, van iedereen die zich verzet tegen de onvermijdelijkheid van de duisternis en de dood.
'Drager van Jezus'
Wat een genade als een christen werkelijk een ‘Christ-offer’ wordt, ofwel een ‘drager van Jezus’ in deze wereld! Vooral voor degenen die door een periode van rouw, wanhoop, duisternis en haat gaan. En dat kun je aan heel veel kleine dingen zien: aan het licht in de ogen van een christen, aan een gevoel van rust dat zelfs op de meest ingewikkelde dagen niet verstoord wordt, aan de wil om opnieuw te beginnen met liefhebben ook al waren er veel teleurstellingen te verwerken.
Als in de toekomst het verhaal over onze dagen geschreven gaat worden, wat zullen ze dan over ons zeggen? Dat we in staat waren te hopen, of dat we ons licht onder de korenmaat hebben gezet? Als we trouw zijn aan ons doopsel, zullen we het licht van de hoop verspreiden. Het doopsel is het begin van de hoop, die hoop van God, en we kunnen aan de toekomstige generaties de redenen om te leven overdragen. 
Beste broeders en zusters, goedemorgen!
Er was een tijd dat de kerken naar het oosten waren gericht. Je ging het heilige gebouw binnen door een deur aan de westkant en je liep door het middenschip richting het oosten. Dat was een belangrijk symbool voor de mensen in de Oudheid, een allegorie die door de tijd heen geleidelijk in onbruik is geraakt.
Wij mensen van de moderne tijd, die het veel minder gewoon zijn om de grote tekenen van de kosmos te vatten, ons valt zo’n bijzonderheid bijna nooit op. Het westen is de windstreek van de zonsondergang, daar waar het licht sterft. Het oosten is echter de plek waar het duister wordt overwonnen door het eerste licht van de zonsopgang en waar we naar terug worden geroepen door Christus, de Opgaande Zon van de wereld (vlg. Lc. 1,78).
Oude ritus
Bij de oude ritus van het doopsel was het zo dat de doopleerlingen het eerste deel van hun geloofsbelijdenis aflegden met de blik gericht op het westen. En in die positie werden zij ondervraagd: “Wijst u de satan, zijn daden en zijn werken af?” – En de toekomstige christenen antwoordden in koor: “Ik wijs hem af!”. Vervolgens keerden zij zich naar de apsis, in de richting van het oosten, waar het licht wordt geboren, en de doopleerlingen werden opnieuw ondervraagd: “Geloven jullie in God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest?”. En deze keer antwoordden ze: “Ik geloof!”.
In moderne tijden zijn we de charme van deze ritus deels kwijtgeraakt: we hebben de gevoeligheid voor de taal van de kosmos verloren. Wat natuurlijk is gebleven is de geloofsbelijdenis, in de vorm van de ondervraging, die eigen is aan de viering van een aantal sacramenten. Die blijft hoe dan ook zijn betekenis behouden. Wat wil het zeggen een christen te zijn? Dat wil zeggen: naar het licht kijken, je geloofsbelijdenis blijven afleggen in het licht, ook wanneer de wereld in duisternis en donker is gehuld.
Duisternis
Christenen blijven niet gevrijwaard van de duisternis, innerlijke en uiterlijke duisternis. Ze staan echter niet buiten de wereld; door de genade van Christus, die ze ontvangen hebben bij het doopsel, zijn ze ‘georiënteerde’ mannen en vrouwen: ze geloven niet in de duisternis, maar in de glorie van de dag; ze bezwijken niet onder het gewicht van de nacht, maar ze hopen op de zonsopkomst; ze zijn niet verslagen door de dood, maar verlangen naar de verrijzenis; ze worden niet verslagen door het kwaad, omdat ze altijd vertrouwen op de oneindige mogelijkheden van het goede.
En dat is onze christelijke hoop. Het licht van Jezus, de verlossing die Jezus ons brengt met zijn licht dat ons redt uit de duisternis.
Dat is het licht!
Wij zijn degenen die geloven dat God de Vader is: dat is het licht! Wij zijn geen wezen, we hebben een Vader en onze Vader is God. Wij geloven dat Jezus midden onder ons gekomen is, heeft gewandeld in hetzelfde leven als wij, naast ons heeft gelopen, vooral naast de allerarmsten en allerzwaksten: dat is het licht!
Wij geloven dat de Heilige Geest onophoudelijk werkt voor het welzijn van de mensheid en de wereld, en dat zelfs het grootste lijden in geschiedenis overwonnen zal worden: dat is de hoop die ons elke ochtend wekt! We geloven dat elke blijk van genegenheid, elke vriendschap, elk goed verlangen, elke uiting van liefde, zelfs de allerkleinste en meest onderbelichte uitingen, op een dag hun vervulling in God vinden: dat is de kracht die ons ertoe brengt om ons alledaagse leven met enthousiasme te omarmen! En dat is onze hoop: leven in de hoop en leven in het licht, in het licht van God de Vader, in het licht van Jezus de Verlosser, in het licht van de Heilige Geest dat ons ertoe brengt om verder te gaan in het leven.
Paaskaars
Er is nog een ander heel mooi symbool tijdens de doopliturgie dat ons herinnert aan het belang van het licht. Aan het einde van de ritus wordt aan de ouders – als het om een kind gaat – of aan de gedoopte zelf – als het om een volwassene gaat – een kaars overhandigt die aangestoken wordt aan de paaskaars. Het gaat om de grote kaars die in de paasnacht de volledig in het duister gehulde kerk binnen wordt gedragen als teken van het mysterie van Jezus’ verrijzenis; aan die kaars steekt iedereen zijn eigen kaarsje aan en dan wordt de vlam doorgegeven aan de mensen naast je.
Het is een teken van de langzame verspreiding van Jezus’ verrijzenis in het leven van alle christenen. Het leven van de Kerk – ik ga een nogal sterk woord gebruiken – is besmetting met licht. Hoe meer licht van Jezus wij christenen bezitten, hoe meer van Jezus’ licht er in het leven van de Kerk aanwezig is en des te meer leeft die Kerk. Het leven van de Kerk is besmetting met licht.
Doopdatum
De mooiste aansporing die we elkaar kunnen geven is elkaar steeds te herinneren aan ons doopsel. Ik wil jullie vragen: hoeveel van jullie herinneren zich de datum van hun eigen doopsel? Antwoord maar niet, want sommigen zouden zich kunnen schamen! Denk na en als jullie je het niet meer herinneren, krijgen jullie vandaag huiswerk mee: ga naar je moeder, naar je vader, naar je tante, naar je oom, naar je oma, je opa en vraag hun: “Wat is de datum van mijn doop?”.
En vergeet het dan niet meer! Is dat duidelijk? Gaan jullie het vragen? De opdracht van vandaag is achter de datum van je doop komen en die onthouden; het is de datum van je wedergeboorte, de datum van het licht, de datum waarop we – ik ga het woord weer gebruiken – besmet worden met het licht van Christus.
Twee keer geboren
Wij zijn twee keer geboren: de eerste keer in het natuurlijke leven, de tweede keer, dankzij de ontmoeting met Christus, in de bron van het doopsel. Daar zijn we dood gegaan voor de dood om als kinderen van God in deze wereld te leven. Daar zijn we mensen geworden waarvan we nooit hadden gedacht die te kunnen zijn.
Precies daarom moeten wij allemaal het parfum van het chrisma verspreiden waarmee we zijn gezalfd op de dag van ons doopsel. In ons leeft en werkt de Geest van Jezus, de eerstgeborene van vele broeders, van iedereen die zich verzet tegen de onvermijdelijkheid van de duisternis en de dood.
'Drager van Jezus'
Wat een genade als een christen werkelijk een ‘Christ-offer’ wordt, ofwel een ‘drager van Jezus’ in deze wereld! Vooral voor degenen die door een periode van rouw, wanhoop, duisternis en haat gaan. En dat kun je aan heel veel kleine dingen zien: aan het licht in de ogen van een christen, aan een gevoel van rust dat zelfs op de meest ingewikkelde dagen niet verstoord wordt, aan de wil om opnieuw te beginnen met liefhebben ook al waren er veel teleurstellingen te verwerken.
Als in de toekomst het verhaal over onze dagen geschreven gaat worden, wat zullen ze dan over ons zeggen? Dat we in staat waren te hopen, of dat we ons licht onder de korenmaat hebben gezet? Als we trouw zijn aan ons doopsel, zullen we het licht van de hoop verspreiden. Het doopsel is het begin van de hoop, die hoop van God, en we kunnen aan de toekomstige generaties de redenen om te leven overdragen. 
Beste broeders en zusters, goedemorgen!
Er was een tijd dat de kerken naar het oosten waren gericht. Je ging het heilige gebouw binnen door een deur aan de westkant en je liep door het middenschip richting het oosten. Dat was een belangrijk symbool voor de mensen in de Oudheid, een allegorie die door de tijd heen geleidelijk in onbruik is geraakt.
Wij mensen van de moderne tijd, die het veel minder gewoon zijn om de grote tekenen van de kosmos te vatten, ons valt zo’n bijzonderheid bijna nooit op. Het westen is de windstreek van de zonsondergang, daar waar het licht sterft. Het oosten is echter de plek waar het duister wordt overwonnen door het eerste licht van de zonsopgang en waar we naar terug worden geroepen door Christus, de Opgaande Zon van de wereld (vlg. Lc. 1,78).
Oude ritus
Bij de oude ritus van het doopsel was het zo dat de doopleerlingen het eerste deel van hun geloofsbelijdenis aflegden met de blik gericht op het westen. En in die positie werden zij ondervraagd: “Wijst u de satan, zijn daden en zijn werken af?” – En de toekomstige christenen antwoordden in koor: “Ik wijs hem af!”. Vervolgens keerden zij zich naar de apsis, in de richting van het oosten, waar het licht wordt geboren, en de doopleerlingen werden opnieuw ondervraagd: “Geloven jullie in God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest?”. En deze keer antwoordden ze: “Ik geloof!”.
In moderne tijden zijn we de charme van deze ritus deels kwijtgeraakt: we hebben de gevoeligheid voor de taal van de kosmos verloren. Wat natuurlijk is gebleven is de geloofsbelijdenis, in de vorm van de ondervraging, die eigen is aan de viering van een aantal sacramenten. Die blijft hoe dan ook zijn betekenis behouden. Wat wil het zeggen een christen te zijn? Dat wil zeggen: naar het licht kijken, je geloofsbelijdenis blijven afleggen in het licht, ook wanneer de wereld in duisternis en donker is gehuld.
Duisternis
Christenen blijven niet gevrijwaard van de duisternis, innerlijke en uiterlijke duisternis. Ze staan echter niet buiten de wereld; door de genade van Christus, die ze ontvangen hebben bij het doopsel, zijn ze ‘georiënteerde’ mannen en vrouwen: ze geloven niet in de duisternis, maar in de glorie van de dag; ze bezwijken niet onder het gewicht van de nacht, maar ze hopen op de zonsopkomst; ze zijn niet verslagen door de dood, maar verlangen naar de verrijzenis; ze worden niet verslagen door het kwaad, omdat ze altijd vertrouwen op de oneindige mogelijkheden van het goede.
En dat is onze christelijke hoop. Het licht van Jezus, de verlossing die Jezus ons brengt met zijn licht dat ons redt uit de duisternis.
Dat is het licht!
Wij zijn degenen die geloven dat God de Vader is: dat is het licht! Wij zijn geen wezen, we hebben een Vader en onze Vader is God. Wij geloven dat Jezus midden onder ons gekomen is, heeft gewandeld in hetzelfde leven als wij, naast ons heeft gelopen, vooral naast de allerarmsten en allerzwaksten: dat is het licht!
Wij geloven dat de Heilige Geest onophoudelijk werkt voor het welzijn van de mensheid en de wereld, en dat zelfs het grootste lijden in geschiedenis overwonnen zal worden: dat is de hoop die ons elke ochtend wekt! We geloven dat elke blijk van genegenheid, elke vriendschap, elk goed verlangen, elke uiting van liefde, zelfs de allerkleinste en meest onderbelichte uitingen, op een dag hun vervulling in God vinden: dat is de kracht die ons ertoe brengt om ons alledaagse leven met enthousiasme te omarmen! En dat is onze hoop: leven in de hoop en leven in het licht, in het licht van God de Vader, in het licht van Jezus de Verlosser, in het licht van de Heilige Geest dat ons ertoe brengt om verder te gaan in het leven.
Paaskaars
Er is nog een ander heel mooi symbool tijdens de doopliturgie dat ons herinnert aan het belang van het licht. Aan het einde van de ritus wordt aan de ouders – als het om een kind gaat – of aan de gedoopte zelf – als het om een volwassene gaat – een kaars overhandigt die aangestoken wordt aan de paaskaars. Het gaat om de grote kaars die in de paasnacht de volledig in het duister gehulde kerk binnen wordt gedragen als teken van het mysterie van Jezus’ verrijzenis; aan die kaars steekt iedereen zijn eigen kaarsje aan en dan wordt de vlam doorgegeven aan de mensen naast je.
Het is een teken van de langzame verspreiding van Jezus’ verrijzenis in het leven van alle christenen. Het leven van de Kerk – ik ga een nogal sterk woord gebruiken – is besmetting met licht. Hoe meer licht van Jezus wij christenen bezitten, hoe meer van Jezus’ licht er in het leven van de Kerk aanwezig is en des te meer leeft die Kerk. Het leven van de Kerk is besmetting met licht.
Doopdatum
De mooiste aansporing die we elkaar kunnen geven is elkaar steeds te herinneren aan ons doopsel. Ik wil jullie vragen: hoeveel van jullie herinneren zich de datum van hun eigen doopsel? Antwoord maar niet, want sommigen zouden zich kunnen schamen! Denk na en als jullie je het niet meer herinneren, krijgen jullie vandaag huiswerk mee: ga naar je moeder, naar je vader, naar je tante, naar je oom, naar je oma, je opa en vraag hun: “Wat is de datum van mijn doop?”.
En vergeet het dan niet meer! Is dat duidelijk? Gaan jullie het vragen? De opdracht van vandaag is achter de datum van je doop komen en die onthouden; het is de datum van je wedergeboorte, de datum van het licht, de datum waarop we – ik ga het woord weer gebruiken – besmet worden met het licht van Christus.
Twee keer geboren
Wij zijn twee keer geboren: de eerste keer in het natuurlijke leven, de tweede keer, dankzij de ontmoeting met Christus, in de bron van het doopsel. Daar zijn we dood gegaan voor de dood om als kinderen van God in deze wereld te leven. Daar zijn we mensen geworden waarvan we nooit hadden gedacht die te kunnen zijn.
Precies daarom moeten wij allemaal het parfum van het chrisma verspreiden waarmee we zijn gezalfd op de dag van ons doopsel. In ons leeft en werkt de Geest van Jezus, de eerstgeborene van vele broeders, van iedereen die zich verzet tegen de onvermijdelijkheid van de duisternis en de dood.
'Drager van Jezus'
Wat een genade als een christen werkelijk een ‘Christ-offer’ wordt, ofwel een ‘drager van Jezus’ in deze wereld! Vooral voor degenen die door een periode van rouw, wanhoop, duisternis en haat gaan. En dat kun je aan heel veel kleine dingen zien: aan het licht in de ogen van een christen, aan een gevoel van rust dat zelfs op de meest ingewikkelde dagen niet verstoord wordt, aan de wil om opnieuw te beginnen met liefhebben ook al waren er veel teleurstellingen te verwerken.
Als in de toekomst het verhaal over onze dagen geschreven gaat worden, wat zullen ze dan over ons zeggen? Dat we in staat waren te hopen, of dat we ons licht onder de korenmaat hebben gezet? Als we trouw zijn aan ons doopsel, zullen we het licht van de hoop verspreiden. Het doopsel is het begin van de hoop, die hoop van God, en we kunnen aan de toekomstige generaties de redenen om te leven overdragen. 

 

Meditatie en ‘Mindfulness’ zijn populair; ze zouden de gezondheid en de economie baten. Ook Jezus heeft het warm aanbevolen. Maar Hij zocht naar een hogere baat…

Wat is het een tijd geleden, dat er een stroom van jonge en niet meer zo jonge mensen massaal naar India trok om daar te leren mediteren. De buitenwacht noemde hen hippies. En vanuit India kwam de Maharishi Mahesh Yogi naar het westen toe met de Transcendentie Meditatie. De volgelingen daarvan waren ervan overtuigd , dat de hele stad en ook de regio er beter door zou gaan functioneren, zodra ze met vijf of tien procent geregeld zouden gaan mediteren.

Ondertussen is voor heel wat mensen in onze westerse samenleving meditatie op een of andere manier een dagelijkse en vanzelfsprekende routine geworden. Het gaat dan altijd om aandacht voor je eigen binnenwereld, het is iets wat je voor jezelf doet. Concentratie: bij het zogenaamde focussen luister je naar je lichaam: wat vertelt het je over wie je bent.

De laatste tijd is ‘Mindfulness’ in de mode: je bewust worden van de fysieke en geestelijke sensaties van je binnenwereld. Alom worden cursussen aangeboden, voor individuen maar zelfs voor bedrijven, aan wie een hogere productie beloofd wordt. Lang niet alle ontdekkingen van wat er in het onderbewustzijn schuil gaat, leiden tot een spirituele ervaring. Men vindt het al mooi, als mensen op psychologisch vlak onderling beter gaan functioneren.

Ook Jezus heeft het vaak over mediteren, al heeft Hij dat woord nooit in de mond genomen. Aandacht, waakzaamheid, dat zijn de thema’s die telkens terugkomen in zijn parabels. En in zijn onderricht gebruikt Hij twee beelden die heel duidelijk maken waar het Hem om te doen is.

Hij spreekt allereerst over het binnengaan in je “binnenkamer”. Daarmee bedoelt Hij echt niet dat je in je woning een meditatiehoekje moet inrichten. Elke mens heeft een binnenkant die aan je zelf maar gedeeltelijk bewust is. Je binnenkamer binnengaan betekent: er moeite voor doen, de eigen onderbewuste hoeken en kanten van je wezen leren kennen – en aanvaarden.

Jezus heeft het ook over het menselijke oog als “de lamp van het lichaam”; het oog betekent hier het menselijke bewustzijn. Neem die lamp mee, als je de vele ruimten van je binnenkamer ingaat, zegt Hij, en gebruik hem om daar alle donkere hoeken “aan het licht te brengen”, alle ervaringen die onder het stof zijn verdwenen, alle verdrongen oude pijn, angsten en dromen, allerlei in de opvoeding opgedane overtuigingen en opvattingen. Word je bewust van je heimelijke behoeften, driften en instincten, maar laat ook kostbare verlangens en dromen en nooit gerealiseerde idealen weer wakker worden. Freud noemt dit hele gebied het onbewuste, maar de humanistische psychologie, die oog heeft voor spiritualiteit, maakt terecht onderscheid tussen het (lagere) onderbewuste en het (hogere, spirituele ) bovenbewuste .

Je oog is je lamp, daarmee bedoelt Jezus in feite het vermogen je bewust te worden van wie je tot nu toe was en nog steeds bent. Hoe opener je bewustzijn licht uitstraalt, des te meer helderheid krijg je over wie je wezenlijk bent, wat je drijft, wat je hindert, en wat je krachten zijn; je kleinheid, maar dus ook je grootheid.

Mindfulness als de aandacht voor wie je bent zal je zeker winst opleveren. Niet alleen economisch, het zal je zeker ook helpen beter te functioneren naar de buitenwacht. Maar de aandacht en waakzaamheid waar Jezus het over heeft, zijn niet gericht op succes. Ze helpt je van de ene kant je eigen kleinheid te aanvaarden, maar daarnaast ook je grootheid. Langzaam krijg je er oog voor, dat je in al je kleinheid juist een deel bent van een groter geheel.

Dan gaat er een verschuiving in je aandacht plaatsvinden. De focus ligt niet langer op de opgave meer jezelf te worden, maar op dat grotere geheel. Van de egocentrische behoefte om jezelf te worden, zal de aandacht ongemerkt verschuiven naar een ‘Tegenover’. Je wordt je ervan bewust dat er, naast de lamp die je zelf in je handen houdt, een Licht op zoek is naar jou. En zo groeit er ongemerkt in je binnenkamer ruimte voor ervaringen waar je misschien ‘U’ tegen zou mogen zeggen.

Peter van Gool

(www.igniswebmagazine.nl)

 

overzicht van bijdragen:
zondag, 23 september 2018Drie tips om katholiek te blijven
zaterdag, 1 september 2018Levenskunst? Waar vind je die?
zaterdag, 4 augustus 2018Wat is het eigene van het christelijk gebed?
zondag, 24 juni 2018een kind of een slaaf?
zaterdag, 28 april 2018Waarover gaat het leven eigenlijk?
zondag, 22 april 2018dankbaarheid
zaterdag, 31 maart 2018Pasen: de macht van de dood gebroken
zaterdag, 31 maart 2018Stille zaterdag
vrijdag, 30 maart 2018Waarom er naast de Gekruisigde twee anderen hingen te sterven
zaterdag, 17 maart 2018Gods wil onderscheiden, hoe doe je dat eigenlijk?
zaterdag, 6 januari 2018Kiezen voor het licht van Christus
dinsdag, 5 december 2017De moed om te aanvaarden dat men aanvaard is??
zaterdag, 2 december 2017Hoopvol verwachten
zondag, 5 november 2017Spirituele alzheimer?
zaterdag, 21 oktober 2017Wees niet bang, maar blijf geloven
zaterdag, 23 september 2017Wees niet bang om te dromen. Droom!
zaterdag, 9 september 2017God wil dat we dromen
vrijdag, 25 augustus 2017Kijk, ik maak alles nieuw
zondag, 20 augustus 2017een Licht op zoek naar jou
vrijdag, 4 augustus 2017Doopsel, begin van de hoop
vrijdag, 9 juni 2017God als Vader die niet zonder ons kan
zaterdag, 3 juni 2017Ik geloof in de heilige Geest
vrijdag, 26 mei 2017De weg van de hoop
zaterdag, 13 mei 2017Maria, moeder van hoop
maandag, 8 mei 2017Heb je dat wel eens?
vrijdag, 5 mei 2017Een flakkerend lichtje
maandag, 1 mei 2017Maria
dinsdag, 25 april 2017Bewaar mij in Uw liefde
maandag, 17 april 2017Bidden is je handen openen voor God
woensdag, 1 maart 2017De ander is een gave