Pancratiusparochie Sloten






Delen:
meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook
Volgen:
link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten volg Pancratiusparochie op Twitter volg Pancratiusparochie op Facebook

Pancratius

Het beeld van Heilige Pancratius van Rome op de hoek van de kerk in Sloten
Het beeld van Heilige Pancratius van Rome op de hoek van de kerk in Sloten

Op Heiligen.net staan prach­tig gedo­cu­men­teerd (bijna) alle heiligen­ver­halen. Hier­on­der nemen we -met toestem­ming- de in­for­ma­tie over de Heilige Pancratius van Rome over.

Pancratius (ook Pancras) van Rome
Italië; marte­laar; &dag­ger; ca 303, Feest 12 mei.

Levens­ver­haal

Hij onder­ging de mar­tel­dood tij­dens de ver­vol­gingen onder keizer Diocletianus. Hij zou op dat moment pas veer­tien jaar gweest zijn. De plaats van zijn terecht­stel­ling lag in het oude Rome aan de Via Aurelia.

Legende

Zijn ouders waren volgens zeggen wel­ge­stelde Romeinse bur­gers; ze woon­den in de provincie Frygië, in Klein-Azië (het noor­den van het hui­dige Turkije). Zij stierven, toen Pancratius nog maar een kind was. Zoals gebruike­lijk was in derge­lijke situaties nam nu een broer van zijn vader, Dio­ny­sius, de zorg voor de jongen op zich. Oom Dio­ny­sius reisde met Pancratius naar Rome om voor hem een goede baan in het leger te or­ga­ni­se­ren. Zijn familie stond immers bij de Romeinse autori­teiten in hoog aanzien.

Een eind ver­derop in de straat waar Pancratius onderdak had gevon­den, woonde de bis­schop van de chris­te­nen, paus Caius (&dag­ger; 296; feest 22 april). Zo kwam hij in contact met de chris­te­nen. Vol afgrijzen zag hij hoe keizer Diocletianus (286-305) hen liet ver­volgen, arres­te­ren en op de meest gruwe­lijke wijzen om het leven brengen. Tege­lijk bemerkte hij hoe deze gelo­vi­gen niet bitter wer­den of haat­dra­gend. Integen­deel, ze bleven bid­den voor het wel­zijn van de keizer en van al degenen die hen ver­volg­den. Dat vond Pancratius zo fas­ci­ne­rend dat hij zich aanmeldde als geloofs­leer­ling. Het was paus Caius zelf die hem on­der­richt gaf en uit­ein­delijk het doopsel toe­diende. Pancratius stelde heel zijn niet geringe vermogen ter beschik­king van de gelo­vi­gen, die over het alge­meen tot de armere klasse behoor­den.

Nu liep Pancratius het­zelfde gevaar als alle christen­ge­lo­vigen in die dagen. Inder­daad werd hij verra­den door iemand uit de straat en aan­ge­bracht bij de keizer. Deze probeerde hem tot andere gedachten te brengen door hem mooie beloften in het vooruit­zicht te stellen: een glanzende carrière in het Romeinse Rijk en een vorste­lijk sala­ris. Maar dat maakte niet zoveel indruk op iemand die net zijn hele kapi­taal had wegge­ge­ven. Zo jong Pancratius ook was - volgens zeggen was hij pas veer­tien - hij bleef standvas­tig, ook toen men hem dreigde met de meest af­schu­we­lijke folte­ringen. Uit­ein­de­lijk werd hij met een zwaard­slag gedood.

Vere­ring & Cultuur

Vanaf de vijfde eeuw is de heilige Pancratius reeds terug te vin­den op de romeinse heiligenkalen­der. Op de plek van zijn terecht­stel­ling, de Gianicolo in Rome, liet paus Symmachus (&dag­ger; 514; feest 19 juli) later een kerk bouwen die aan hem was toegewijd: de San Pancrazio.

Sindsdien had in die kerk op de zon­dag na pasen een aparte plech­tig­heid plaats. Met pasen waren de nieuwe dopelingen gehuld in een wit gewaad. Dit droegen ze in de kerk de hele week na Pasen. Zondag na Pasen was de laatste keer dat die witte groep zo dui­de­lijk vooraan in de kerk zat. Vandaar dat die zon­dag van oudsher 'Beloken Pasen' (= 'blanke of witte Pasen') wordt genoemd. De plech­tig­heid dat de pasge­doopten hun witte gewa­den voor het laatst droegen en daarna afleg­den, werd gehou­den in de kerk van San Pancrazio. Waar­schijn­lijk was dat, omdat wit wordt beschouwd als de kleur van de onschuld, en Sint Pancratius met zijn veer­tien jaar als toon­beeld van moe­dige onschuld werd vereerd.

De schedel van Pancratius wordt als een kost­baar reliek bewaard in de St.-Jan van Lateranen.

In de zevende eeuw stuurde paus Vitalianus (&dag­ger; 672; feest 27 januari) een gedeelte van Pancratius' gebeente naar het Angels-Saksische vorstenhuis. Dat bracht in Engeland een grote devotie teweeg voor Pancratius. Mede daardoor werd Pancratius in de volgende achtste eeuw offi­cieel door alle chris­te­nen over de wereld gevierd.

Patronaten

Hij is patroon van de eerste-com­mu­ni­can­ten en – in Frank­rijk – van kin­de­ren; van jonge aan­plant en bloesem: pas geplante bloemen en planten; daar­naast wordt zijn voor­spraak inge­roe­pen tegen valse ge­tui­ge­nissen en meineed, tegen hoofdpijn en kramp (vanwege de verbaste­ring van zijn naam: Camprace).

Legende

Omdat hij wordt vereerd als patroon van de zuivere eed, zijn er ook daarover verhalen ontstaan. Gregorius van Tours (&dag­ger; 594; feest 17 no­vem­ber) ver­telt ons dan ook het volgende verhaal:

Heilige Pancratius van Rome

Eens ontstond er tussen twee inwoners van de stad Rome een hef­tige ruzie. Ze riepen de rechter erbij en voor hem was het al gauw dui­de­lijk wie de ware schul­dige was, maar hij kon het niet bewijzen. Daarom besloot hij het te laten aan­ko­men op een zogeheten godsoor­deel. God zelf zou door een bij­zon­der teken de schul­dige aan­wij­zen.

Die gang van zaken was in de vroege mid­del­eeuwen niet ongebruike­lijk. Hij nam daarom de beide kemphanen mee naar de Sint-Pieter, liet hen allebei hun hand op het altaar leggen en vroeg hen ver­vol­gens te zweren dat ze on­schul­dig waren. Wie een valse eed zwoer pleegde op die manier tege­lijk heiligschennis. Dat zou God of in ieder geval Sint Petrus nooit goed vin­den en dat zou dan weer blijken door een bij­zon­der teken dat zou plaats­vin­den. Beide mannen leg­den met een stalen gezicht hun eed af, en er gebeurde niets.

Reeds meende de ware schul­dige dat hij aan zijn gerechte straf zou ont­ko­men. Maar de rechter zei: "Er zijn twee moge­lijk­he­den, waarom er niets gebeurt. Het kan zijn dat de oude Sint Petrus gewoon te ver­ge­vings­ge­zind is; maar het kan ook zijn dat hij nu de kans wil geven aan een jon­gere heilige om zijn won­der­macht te tonen. Laten we daarom ook nog gaan naar de kerk van Sint Pancratius en daar de eed herhalen. Dat deden ze.

Vooral de ware schul­dige toonde zich over­moe­dig en stemde van harte in met dit plan. De rechter vroeg de beide mannen het ritueel van daarnet nog eens over te doen hier op het altaar van Pancratius: "Leg daarom uw han­den op het altaar en zweer nogmaals dat u on­schul­dig bent." Dat deden ze. Maar nu bleek dat een van de twee zijn hand niet meer los kon krijgen van het altaar. Wat men ook probeerde, de hand kwam niet vrij.

In die situatie is de onge­luk­kige bedrie­ger aan zijn eind geko­men. Vandaar - aldus Gregorius van Tours - dat onder de mensen van te­gen­woor­dig nog altijd de gewoonte bestaat een eed te zweren op het gebeente van Sint Pancratius.

Hij behoort tot de zogeheten ijs­hei­ligen; ook tot de veer­tien Noodhelpers.

Afge­beeld

Hij wordt afge­beeld als een jonge romein met zwaard, marte­laarspalm en/of marte­laars­kroon.

Weer­spreuk(en)

‘Les saints Servais, Pancrace, Mamert: font à eux trois un petit hiver.’
Servatius, Pancratius en Mamertus: deze heiligen weten ons niet tegen winterkou te beveiligen.

‘Pancraas, Servaas en Bonifaas, zij geven vorst en ijs, helaas.’

Zie ook...